Info bibliotheek

Wat is craving?

De drang kan ineens terug zijn of je nu net gestopt bent of allang niet meer gebruikt. Zo sterk dat alles even om dat ene middel draait.

Lees meer

Wat craving is, merk je eerder dan je het woord kent: een plotselinge, sterke drang naar het middel dat jij gebruikt of gebruikte. Dat kan cocaïne of alcohol zijn, maar ook XTC, cannabis, 3-MMC of je slaapmedicatie. Een bekende straat of bekend gezicht is genoeg en je geest schakelt over naar dat ene middel.

Persoon leunt uitgeput tegen een muur en oogt somber.
Een craving is meer dan een verlangen: het kan voelen als een sterke drang die je gedachten en gedrag overneemt.

Wat betekent ‘craving’ vertaald naar het Nederlands? Zucht of hunkering; craving zelf komt uit het Engels. Je komt de drie woorden door elkaar tegen en dat is verwarrend als je uitzoekt wat er met je aan de hand is. Is een craving dan anders dan een zucht? Nee: een brief over zucht en een gesprek over craving gaan over hetzelfde.

Wat is zucht bij drugs?

Je gedachten gaan steeds terug naar bijvoorbeeld cocaïne, XTC of cannabis. Ook als je op dat moment iets heel anders wilt doen. Aan kleine dingen merk je de zucht ook: je kijkt vaker op je telefoon, wordt ongeduldig en zoekt een reden om weg te gaan. Zucht naar drugs zegt niets over hoeveel je gebruikt; ook bij weinig gebruik kan de zucht sterk zijn.

Wat is hunkering en wat is de betekenis ervan?

De betekenis van hunkering is breder dan alleen middelen. Hunkeren kun je ook naar rust, slaap of iemand die er niet is. In de verslavingszorg gaat het om het verlangen naar een middel.

Bel ons

Een craving voelt lang niet altijd als zin in een middel. Soms merk je eerst iets anders: je bent kribbig, verveelt je of hebt het idee dat de avond niet opschiet. Pas achteraf zie je dat die onrust de drang was.

Wat je in je lichaam merkt bij craving

De lichamelijke kant van een craving lijkt op spanning. Je lijf maakt zich klaar voor iets, terwijl er niets aan de hand is. Merk je die signalen op tijd op, dan heb je nog ruimte om iets anders te doen dan toegeven. Dit kun je merken:

  • een gespannen, onrustig gevoel in je buik of borst
  • een snellere hartslag
  • klamme handen of zweten
  • rusteloosheid: je kunt niet stilzitten
  • een droge mond of een prop in je keel

Wat er door je hoofd gaat tijdens een craving

Naast de lichamelijke onrust komen er gedachten die je richting het middel duwen. Ze klinken redelijk en overtuigend. “Eén keer kan geen kwaad.” “Ik verdien dit na zo'n dag.” “Ik stop morgen wel weer.” Zulke gedachten horen bij de craving en verdwijnen vanzelf weer.

Hoe lang duurt een craving?

Een craving duurt zelden langer dan dertig minuten. Dat is korter dan het op dat moment voelt, want tijdens de piek lijkt de drang eindeloos. De sterkte neemt toe, blijft even hangen en loopt daarna vanzelf terug.

Neem contact op

Tijdens een craving heb je meer invloed dan het misschien voelt. Je kunt de drang niet uitzetten, maar wel bepalen wat je in de minuten daarna doet. Bedenk je aanpak van tevoren en schrijf hem op, want tijdens een craving denk je minder helder na.

Zit de drang uit

Kijk op de klok en spreek met jezelf af dat je een half uur wacht. Benoem in je hoofd wat je voelt: dit is een craving en die zakt weer. Blijf niet zitten waar je zit, want een bekende plek houdt de gedachten in stand. De drang mag er zijn zolang je er niet naar handelt.

Verander wat je op dat moment doet

Een craving heeft je aandacht nodig om sterk te blijven. Kom in beweging: loop een blok om, ga fietsen, ruim iets op of neem een koude douche. Iets met je handen doen werkt beter dan gaan liggen. Kies vooraf twee of drie dingen die je zonder nadenken kunt uitvoeren.

Zeg tegen iemand dat je drang hebt

Houd je de drang voor je, dan blijf je er in je hoofd alleen mee vechten. Bel of app iemand die weet waar je mee bezig bent. Je hoeft geen oplossing te vragen, alleen te vertellen wat er speelt. Het uitspreken maakt de drang al kleiner.

040-303 2626

Craving ontstaat door een koppeling die je hersenen hebben gemaakt tussen een middel en een goed gevoel. Of de drang op een bepaald moment opkomt, hangt van twee dingen af: wat je om je heen tegenkomt en hoe je er die dag aan toe bent. Dezelfde plek raakt je op een uitgeruste dinsdag anders dan na een slapeloze nacht.

Plekken, mensen en spullen die je aan gebruik herinneren

Bepaalde signalen zetten de drang aan voordat je erover kunt nadenken. Wat een signaal is, verschilt per persoon, dus loont het om op een rij te zetten welke situaties bij jou de drang aanzetten. Sommige ga je daarna een tijdje uit de weg, andere leer je juist verdragen. Denk bij signalen aan:

  • de plek waar je gebruikte of de route ernaartoe
  • de mensen met wie je gebruikte
  • muziek, een tijdstip of dag in de week
  • spullen zoals een aansteker, bankpas of glas
  • geld op zak of een appje van een bekende

Stress, slaap en honger

Je toestand van dat moment bepaalt hoe hard zo'n signaal aankomt. Na een korte nacht of een dag vol spanning ben je gevoeliger voor de drang dan wanneer je uitgerust bent. Honger en verveling doen er ook toe. Aan die dingen kun je wel wat veranderen en dat scheelt in hoe sterk de craving binnenkomt.

Wat er in je hersenen gebeurt bij craving

In je hersenen zit een beloningssysteem dat je laat herhalen wat goed voelde. Middelen zetten dat systeem harder aan dan eten of gezelschap. Je hersenen onthouden vooral het snelle effect en niet de kater erna. Bij een bekend signaal maken ze zich alvast klaar voor het middel, nog voordat jij iets besluit. Dat verklaart waarom je drang kunt hebben terwijl je helemaal niet wilt gebruiken.

Persoon op de grond naast een injectiespuit en drugs.
Craving: wat gebeurt er in je brein als het verlangen naar een middel sterker wordt?

Craving voelt niet bij elk middel hetzelfde, omdat elk middel iets anders met je lichaam doet. Ook het moment waarop de drang komt verschilt per middel. Staat jouw middel hieronder niet genoemd? Het patroon is telkens hetzelfde: hoe sneller een middel werkt en hoe korter dat effect duurt, hoe eerder de drang naar meer terugkomt.

Craving bij cocaïne en speed

Cocaïne en speed brengen je hartslag en bloeddruk omhoog. Daarna volgt een dip waarin je somber, uitgeput en prikkelbaar bent. De drang komt meestal in die dip, want nog een lijntje of pil haalt dat rotgevoel meteen weg. Zo ontstaat een patroon waarin de dip het gebruik voedt en het gebruik de dip verergert. Uitgaan, drank en late uren maken de craving naar cocaïne sterker. Bij speed ligt de aanleiding eerder in doorwerken of wakker blijven, waardoor de drang ook midden op een gewone werkdag opkomt.

Craving bij XTC en MDMA

MDMA is de werkzame stof in XTC, dus het gaat hier om hetzelfde middel. Bij XTC gaat je lichaamstemperatuur omhoog en raakt je serotonine op. Serotonine is een stof in je hersenen die met je stemming te maken heeft. Twee tot vier dagen na het slikken voel je je daardoor somber en leeg en juist dan kan de gedachte opkomen om opnieuw te slikken. Dat levert bij XTC weinig op: zolang je serotonine niet is aangevuld, blijft het prettige gevoel uit en merk je alleen de klemmende kaken, snelle hartslag en slapeloosheid. Je serotonine heeft daar weken voor nodig, geen dagen.

Craving bij designerdrugs zoals 3-MMC

Designerdrugs, zoals 3-MMC, lijken in hun werking op speed en cocaïne, maar het effect is korter. Daardoor komt de drang naar meer al terug, terwijl de vorige dosis nog werkt. Zo gebruik je een avond lang steeds opnieuw, tot je voorraad op is. Die korte werking maakt het verslavingsrisico groot. De dag erna ben je onrustig, angstig en uitgeput. Juist op zo'n dag is de drang naar meer het sterkst. Wat er precies in het poeder zit, verschilt bovendien per keer.

Vraag een intakegesprek aan

Craving bij cannabis

Bij cannabis draait de drang vooral om slapen en om rust in je hoofd. Stop je na dagelijks gebruik, dan krijg je de eerste week last van slecht slapen, levendige dromen, prikkelbaarheid en minder eetlust. Die onrust maakt de drang naar een joint sterker, precies in de dagen dat je hem het minst kunt gebruiken. Sterke wiet kan daarnaast angstige gedachten en achterdocht geven.

Craving bij alcohol

Alcohol verdooft eerst en zet je lichaam daarna op scherp. In de uren na het drinken slaap je onrustiger en word je wakker met spanning. Eén glas haalt die spanning meteen weg en daardoor begint drinken steeds vroeger op de dag. Alcohol is lichamelijk verslavend, anders dan cocaïne, XTC en cannabis. Drink je dagelijks en stop je plotseling, dan kun je gaan trillen, zweten en in paniek raken. In het ergste geval krijg je een epileptische aanval of een delier, een ernstige verwardheid die levensgevaarlijk is. Bouw alcohol daarom nooit in één keer af, maar altijd met medische hulp.

Craving bij medicijnen zoals slaapmiddelen en pijnstillers

Ook bij medicijnen die je voorgeschreven hebt gekregen, kun je zucht krijgen, bijvoorbeeld bij slaap- en kalmeringsmiddelen of bij sterke pijnstillers. Dat gaat niet ongemerkt: het middel doet minder dan eerst, je dosis gaat omhoog en je voelt je onrustig als je een keer overslaat. Gebruik je zulke medicijnen langer dan een paar weken dagelijks, dan neemt de kans op afhankelijkheid toe. Stop er nooit in één keer mee, want bij slaap- en kalmeringsmiddelen kun je dan een epileptische aanval krijgen, ook als je geen epilepsie hebt. Afbouwen doe je stap voor stap, met medische hulp.

Persoon maakt lijntjes van wit poeder op een donkere ondergrond.
Merk je dat de drang naar een middel steeds moeilijker te negeren is? Neem dan contact met ons op.

Een craving op zichzelf betekent nog geen verslaving. Het gaat om hoe vaak de drang komt, hoe sterk hij is en wat je ermee doet. Ga je gebruiken terwijl je dat niet wilde of draait je dag steeds meer om het middel? Dan is de drang niet langer een los moment. Dat is het punt waarop meekijken van een zorgprofessional verschil kan maken.

Craving en terugval

Craving en terugval zijn niet hetzelfde. De drang voelen hoort bij stoppen; een terugval is pas een terugval als je daadwerkelijk gebruikt. Gebruik je toch, dan zegt dat niets over de hele periode ervoor. Wat je uit zo'n moment leert, gebruik je de volgende keer: welk signaal ging eraan vooraf en wat had je op dat punt anders kunnen doen?

Craving en je mentale gezondheid

Craving staat zelden los van hoe je je verder voelt. Aanhoudende spanning, somberheid, angst of paniek maken de drang sterker en het middel lijkt daar het snelste antwoord op. Ook ADHD, autisme of een persoonlijkheidsstoornis spelen mee in hoe je met drang omgaat. Behandel je alleen het gebruik en niet wat eronder zit, dan blijft de drang terugkomen.

Craving hoef je niet in je eentje te leren hanteren. Bij ons behandelen we de verslaving en besteden we aandacht aan de onderliggende problematiek, zoals spanning, somberheid, angst of een aandoening als ADHD. Onze zorgprofessionals kijken met je mee, ook als je al eerder hebt geprobeerd te stoppen.

Wat een behandeling verandert aan de drang

In een behandeling breng je eerst in kaart wanneer de drang komt. Dat maakt de craving voorspelbaar en dat scheelt meteen in hoe overweldigend hij aanvoelt. Daarna oefen je met wat je op die momenten doet, tot het vanzelf gaat. Het doel is niet dat je nooit meer drang voelt, maar dat een craving je niet meer meesleurt.

De eerste stap naar herstel is erkennen dat je een probleem hebt en dat je er alleen niet uitkomt. Dat is een lastige zin om over jezelf te zeggen, zeker als het gebruik lang goed te verbergen was. Toch is dat precies het moment waarop er iets kan veranderen. Hulp zoeken vraagt moed. Bij ons begint die hulp met een gesprek: bel 040-303 2626 en vertel wat craving met je doet.

Informatie over wat craving is
Neem de eerste stap Heb je hulp nodig? Vul dan het contactformulier in:
FAQ

Veelgestelde vragen over wat craving is

Is craving hetzelfde als trek of honger?

Nee. Trek gaat over eten of drinken en is weg zodra je iets neemt. Craving richt zich op één bepaald middel en gaat niet over door iets anders te nemen.


Wat als een craving veel langer duurt dan een half uur?

Dan gaat het niet om één craving, maar om een reeks die steeds opnieuw aanslaat. Dat gebeurt als je in een situatie blijft die de drang telkens opnieuw aanzet, bijvoorbeeld een avond op een plek waar je vroeger gebruikte. De losse pieken duren nog steeds kort; het is de situatie die lang duurt.


Ik heb na een jaar zonder alcohol één keer gedronken. Komt de drang dan meteen terug?

Dat kan sneller gaan dan je verwacht, want de koppeling tussen alcohol en het effect ligt er nog. Eén avond drinken kan het oude patroon in korte tijd terugbrengen. Ga je binnen een paar weken weer dagelijks drinken, dan is ook de lichamelijke afhankelijkheid terug, met alle risico's van plots stoppen.


Betekent het dat de behandeling niet werkt als ik nog steeds craving voel?

Nee. Craving kan nog lang opkomen terwijl het verder goed met je gaat. Merk je dat de drang op andere momenten komt, bespreek dat dan met je zorgprofessional, want dan is de aanleiding verschoven.


Wat kan mijn partner of een vriend doen als ik drang heb?

Vooral niet doorvragen naar het waarom. Vragen als "hoe kan dat nou?" zetten je aan het uitleggen terwijl je juist de tijd wilt overbruggen. Samen naar buiten lopen of een halfuur iets doen helpt meer dan een gesprek erover.

Beheer cookie voorkeuren
Noodzakelijke cookies (altijd actief)
Marketing cookies