Info bibliotheek

Verslavend gedrag

Neem je je voor om te minderen, maar drink, gebruik of gok je toch weer? Dan kan er sprake zijn van verslavend gedrag: een patroon dat zichzelf in stand houdt.

Lees meer

Verslavend gedrag is gedrag dat je blijft herhalen, ook als het je schaadt en je eigenlijk wilt stoppen. Het kan gaan om een middel, zoals alcohol, cocaïne of cannabis, maar ook om gokken, gamen of porno kijken. In het begin drink, gebruik, gok of game je af en toe, omdat je er zin in hebt. Gaandeweg krijgt dat gedrag een vaste plek in je week, zoals na je werk. Vanaf dan wordt een keer overslaan steeds lastiger.

Man zit met zijn handen voor zijn gezicht en oogt emotioneel uitgeput.
Verslavend gedrag kan je steeds verder van jezelf en je omgeving verwijderen.

Juist dat overslaan maakt het verschil tussen een gewoonte en verslavend gedrag. Elke avond een biertje of dagelijks een uur gamen is op zich een gewoonte. Merk je dat je er slechter van slaapt of dat het te veel tijd of geld kost, dan drink of game je gewoon minder. Bij verslavend gedrag lukt minderen niet meer, ook als je dat wel wilt. Je gaat vaker of langer door dan je van plan was en je werk, slaap of relatie komen op de tweede plaats. Sla je een paar dagen over, dan word je onrustig en prikkelbaar en gaan je gedachten steeds terug naar het gedrag. Ook geheimhouding en het verwaarlozen van je gezondheid horen bij de kenmerken die kunnen wijzen op een verslaving.

Dat stoppen zo moeilijk is, komt doordat verslavend gedrag je meteen iets oplevert en de nadelen pas later volgen. Je voelt direct opluchting, ontspanning of een kick, terwijl het schuldgevoel, de geldzorgen of kater pas uren of dagen later komen. Op het moment dat je moet kiezen, weegt dat snelle gevoel daardoor zwaarder dan wat het gedrag je morgen kost.

Trigger, drang en opluchting

Die snelle opluchting koppelen je hersenen aan de situatie waarin je die kreeg. Zo'n situatie heet een trigger en kan een plek, gevoel of moment zijn, zoals een ruzie, slechte nacht of je salaris dat binnenkomt. Kom je later weer in die situatie, dan ontstaat er craving: een sterke drang die je lichaam en gedachten volledig in beslag kan nemen. Geef je eraan toe, dan zakt de spanning en voel je je even beter. Daarmee wordt de koppeling sterker, zodat dezelfde trigger de volgende keer nog sneller tot drang leidt.

Gedachten die het gedrag goedpraten

Tijdens zo'n drang komen er gedachten op die het gedrag op dat moment logisch laten lijken, zoals ‘Nog één keer, dan stop ik', ‘Dit heb ik vandaag verdiend' of ‘Morgen begin ik opnieuw'. Ook vergelijken hoort erbij: zolang een ander meer drinkt of vaker gokt, lijkt jouw gedrag mee te vallen. Zulke gedachten maken het makkelijker om toe te geven. Ze komen op samen met de drang en verdwijnen ook weer als de drang gezakt is.

Bel ons

De koppeling tussen trigger en opluchting ontstaat in het beloningssysteem van je hersenen. Alcohol, drugs, gokken en gamen zorgen daar allemaal voor een extra afgifte van dopamine, een stof die een gevoel van beloning en verwachting geeft. Krijg je die extra dopamine steeds opnieuw, dan passen je hersenen zich aan. Gewone dingen, zoals sporten, lekker eten of afspreken met vrienden, geven je dan minder voldoening, terwijl het gedrag steeds belangrijker wordt. Hoe snel dat gaat, verschilt per persoon, want ook aanleg speelt mee: verslaving is voor een deel erfelijk.

Vluchten voor spanning en somberheid

Naast aanleg speelt mee waarvoor je het gedrag gebruikt. Soms is drinken, gebruiken of gokken een manier geworden om even rust te krijgen van stress, gepieker of een somber gevoel. Na afloop komt die spanning terug, soms sterker dan eerst, zodat je opnieuw gaat drinken, gebruiken of gokken. Zit er een psychische klacht onder die je gebruik of gedrag voedt, dan verdient die onderliggende problematiek net zoveel aandacht als het gedrag zelf.

Of het nu gaat om een middel of om gedrag, je beloningssysteem reageert op dezelfde manier. Het verschil zit in waarop dat systeem reageert: bij een middel op de stof zelf, bij gedrag op de spanning en beloning van wat je doet.

Middelen: je lichaam raakt eraan gewend

Bij een middel went ook je lichaam aan de stof, waardoor je steeds meer nodig hebt voor hetzelfde effect. Die gewenning heet tolerantie. Van alcohol en kalmeringsmiddelen, zoals benzodiazepinen, kun je bovendien lichamelijk afhankelijk raken. Stop je daar na langdurig dagelijks gebruik plotseling mee, dan kun je gaan trillen, zweten en in paniek raken. In het ergste geval kun je een epileptische aanval of een delier krijgen: een toestand van ernstige verwardheid die levensgevaarlijk is. Afbouwen doe je daarom altijd met medische hulp, bijvoorbeeld via een detox.

Neem contact op

Gedrag: verslaafd zonder middel

Bij gedrag krijgt je lichaam geen stof binnen. Je hersenen reageren dan op de beloning van het gedrag zelf: bij gokken op de spanning van inzetten en de kans op winst, bij gamen op het volgende level of de volgende beloning in het spel. Een verslaving aan gedrag heet een gedragsverslaving en is bij gokken en gamen officieel erkend als stoornis.

Van het ene middel of gedrag naar het andere

Omdat middelen en gedrag op hetzelfde beloningssysteem werken, kan het ene de plek van het andere innemen. Je stopt bijvoorbeeld met drinken en grijpt naar kalmeringsmiddelen of je stopt met gokken en gaat meer gamen. Zo'n verschuiving heet cross-addiction. Stoppen met één middel of gedrag is dan niet genoeg, omdat de reden waarom je ernaar greep er nog steeds is.

Verslavend gedrag overwinnen begint daarom bij die reden: wanneer en waarom komt de drang bij jou op? Alleen een goed voornemen is tegen een sterke drang meestal niet genoeg. De drang komt namelijk op vaste momenten terug, bijvoorbeeld op vrijdagavond of na een ruzie. Weet je welke momenten dat bij jou zijn, dan kun je vooraf regelen wat je in plaats daarvan doet.

Zo doorbreek je het patroon

Met deze stappen breng je die momenten in beeld en maak je het jezelf makkelijker om anders te kiezen:

  1. Houd een week lang bij wanneer de drang opkomt. Schrijf op waar je was, met wie, hoe je je voelde en wat je daarna deed. Na een paar dagen zie je welke momenten steeds terugkomen.
  2. Zoek uit wat het gedrag je oplevert. Rust, afleiding, een kick of even niet nadenken: als je weet wat je zoekt, kun je daar een ander antwoord op vinden, zoals bewegen, een vriend bellen of eerder naar bed gaan.
  3. Maak het jezelf moeilijker. Haal alcohol uit huis, zet een blokkade op gokwebsites, geef je bankpas af aan een vriend of familielid en verwijder het nummer van je dealer. Hoe meer stappen er tussen de drang en het gedrag zitten, hoe groter de kans dat de drang eerst zakt.
  4. Wacht tot de drang zakt. Drang houdt zelden langer dan een half uur aan. Ga iets anders doen, verander van plek of vertel een vriend wat er speelt tot hij gezakt is.
  5. Maak afspraken die je kunt controleren. ‘Minder gamen’ is vaag, terwijl je ‘niet na tien uur ’s avonds en niet op werkdagen’ kunt nagaan.
  6. Gebruik een terugval als informatie. Wat er vlak voor een terugval gebeurde, laat zien welke trigger je nog niet in beeld had.

Als het op eigen kracht niet lukt

Soms lukt het niet om het patroon zelf te doorbreken, ook niet als je deze stappen volgt. Het gedrag komt dan steeds terug of je krijgt lichamelijke klachten zodra je minder gaat drinken of gebruiken. Om van een verslaving af te komen, heb je dan hulp nodig van zorgprofessionals die met je uitzoeken waarom de drang steeds terugkomt.

040-303 2626

Die hulp kun je krijgen bij CACN Verslavingszorg. We behandelen de verslaving en besteden aandacht aan de onderliggende problematiek. Tijdens cognitieve gedragstherapie oefen je bijvoorbeeld met het herkennen van de gedachten die het gedrag goedpraten en met een andere reactie daarop.

Verslaving en psychische klachten tegelijk

Heb je naast de verslaving ook psychische klachten, zoals stress, angst of een depressie? Of een aandoening als ADHD, autisme of een persoonlijkheidsstoornis? Dan heet die combinatie een dubbele diagnose. Omdat de verslaving en de psychische klachten elkaar in stand kunnen houden, krijgen ze in de behandeling allebei aandacht. Hoe ze bij jou samenhangen en wat dat betekent voor je mentale gezondheid, bekijken we tijdens de intake. 

Zo ziet de ambulante behandeling eruit

Het intakegesprek voer je met een van onze zorgprofessionals. Daarna volgt de ambulante behandeling: je blijft thuis wonen en komt twee of drie dagen per week naar onze afkickkliniek in Eindhoven of Utrecht. De behandeling duurt gemiddeld twaalf weken en combineert groepstherapie met individuele gesprekken. Omdat je na elke behandeldag weer naar huis gaat, pas je wat je leert meteen toe in je eigen omgeving.

Vraag een intakegesprek aan

Merk je dat verslavend gedrag steeds meer ruimte inneemt in je dagen en lukt het niet om dat gedrag zelf te doorbreken? In een eerste gesprek bespreken we wat er speelt en kijken we samen of onze behandeling bij je past. Ook met een losse vraag kun je bij ons terecht. Bel 040-303 2626 en bespreek met een van onze zorgprofessionals hoe het doorbreken van verslavend gedrag er voor jou uit kan zien.

Informatie over verslavend gedrag
Neem de eerste stap Heb je hulp nodig? Vul dan het contactformulier in:
FAQ

Veelgestelde vragen over verslavend gedrag

Is verslavend gedrag een ziekte?

Verslaving is erkend als psychische aandoening, omdat het gebruik of gedrag je hersenen zo verandert dat je er minder controle over hebt. Verslavend gedrag is het patroon dat daaraan voorafgaat of erbij hoort, maar niet elk patroon groeit uit tot een verslaving. Waar jouw gedrag staat, bespreek je tijdens een intake met een van onze zorgprofessionals.


Hoe lang duurt het om verslavend gedrag af te leren?

Daar staat geen vaste termijn voor, want dat hangt af van het middel of gedrag, hoe lang het al speelt en wat eronder ligt. De drang kan na het stoppen nog maanden terugkomen, maar wordt minder sterk naarmate je langer gestopt bent. Na de behandeling helpt nazorg je om wat je geleerd hebt vol te houden in je dagelijks leven.


Kan een voorgeschreven medicijn verslavend gedrag geven?

Ook bij medicijnen die een arts je voorschrijft, kan verslavend gedrag ontstaan. Dat geldt vooral voor slaap- en kalmeringsmiddelen en sterke pijnstillers zoals oxycodon en tramadol. Je merkt het aan een dosis die omhooggaat, een recept dat eerder op is dan gepland of het innemen om je rustig te voelen in plaats van tegen de klacht. Stop er daarom niet op eigen houtje mee, maar bouw af met medische hulp.


Kun je verslavend gedrag hebben als je niet elke dag gebruikt?

Dat kan, want verslavend gedrag gaat over controle en niet over hoe vaak je iets doet. Drink je alleen in het weekend, maar kun je dan niet stoppen na een paar glazen of gebruik je eens per maand cocaïne en ga je dan door tot de ochtend? Ook dan verlies je de controle. Bij alcohol hoort dit patroon bij bingedrinken: veel drinken in korte tijd.


Kun je je familie betrekken bij je herstel?

Je familie betrekken kan je herstel makkelijker maken, omdat je omgeving dan weet wat je probeert en waar je tegenaan loopt. Tijdens de behandeling bij CACN is er een familiebijeenkomst waar je partner, familie of vrienden uitleg krijgen over verslaving en herstel.

Beheer cookie voorkeuren
Noodzakelijke cookies (altijd actief)
Marketing cookies